vrijdag 24 oktober 2025

Leren lezen en schrijven maar soms ook nablijven

 Gepubliceerd in "de Oud Rotterdammer" oktober 2025

Leren lezen en schrijven maar soms ook nablijven

Het loopt weer naar het einde van het schooljaar. Laatste loodjes en dan de zorgeloze vakantie. Ik zag vanochtend een kleuterklasje hand in hand in een nette rij in onze wijk lopen. Dat deed mij terugdenken aan mijn eigen prille schooljaren. Ik neem u mee naar mijn basisschool in de jaren 60.

De schoolkeuze voor mij en mijn zus was bij ons thuis al snel gemaakt. Het werd de Christelijke Reviusschool aan de Vogelstraat te Kralingen. Hij lag letterlijk om de hoek van waar we woonden in de Lusthofstraat. Binnen 2 minuten waren we er en hoefden er niet eens voor over te steken.

De Kakschool 

De kleuterschool, bij ons in de familie kakschool genoemd, was vaak je eerste ervaring met het onderwijs. Tijdens de drie kleuterjaren was mevrouw Schendeling onze aardige juf. Onder haar leiding speelden en stoeiden we ons door een mooie onbezorgde tijd. Eens per jaar kwam de schoolfotograaf. Er werd een klassenfoto op het schoolplein gemaakt en een foto waar je alleen of samen met je zus of broer op stond. Natuurlijk altijd netjes aangekleed. Wat je in die begin jaren 60 veel zag was dat jongens een zgn. matrozenpakje droegen. Dat was natuurlijk een prachtig trotse outfit voor zo’n schoolfoto.

Mijn kleuterschool herinneringen zijn schaars en voornamelijk gebaseerd op wat ouders ervan vertelden. Vooruit laat ik er eens één delen. In mijn onschuld heb ik die lieve juffrouw Schendeling eens een rijmpje willen leren zo vertelde mijn moeder me herhaaldelijk met de tranen van het lachen op de wangen. “Jouw ome Arie was altijd met jullie aan het keten” zei ze. Hij leerde jou eens een mooi stukje dichtwerk wat ik een aantal keer snel achter elkaar moest zeggen. “Achter grootmoeders hutje, groeien krootjes aan een klutje”! Mijn struikelende tong ging daarbij natuurlijk in een krampachtige uitglijer. Deze “poëzie” heb ik toen blijkbaar mijn juf willen leren want hier werd met grote hilariteit meerdere malen over verteld. Overigens, U moet die zin eens zelf een paar keer snel achter elkaar herhalen. Nou, dat bedoel ik.

De 1e Stappen op de “grote” school

Met de overgang naar de basisschool komen meer herinneringen boven. Dagelijks werden de kratten schoolmelk aangeleverd. Eerst in flesjes later in “driehoekjes”. Ik krijg er nog huizenhoge kippenvellen van als ze ’s winters op de kachel hadden staan voorpruttelen.

Over je garderobe had je als jong mens nog niets te vertellen, deze werd klaar gelegd en “aantrekken die handel”. Waar ik een hekel aan had was de borstrok, weet je dat nog? Zo’n schapenwollen hemdje die je ’s winters bij vrieskou aan moest. Ik schaamde me dood wanneer we naar gym gingen. Bij het omkleden zagen ze je borstrok. Ik kan me niet herinneren dat ik daarmee gepest ben omdat ik waarschijnlijk niet de enige was maar daar lette je toen niet op, jíj had zo’n lullig ding aan. Het was in die tijd ook heel normaal om de opgelapte kleding te dragen waar je oudere broer of neef de gaten in was gevallen of was uitgegroeid. Soms vond ik het mooi maar veel vaker ook niet.

In de 1e drie jaar van de basisschool hadden we een juf. Ik was leergierig en deed met mijn linkse vlerkje zo goed mogelijk mijn best om zo netjes mogelijk met de inktpen te schrijven. Dat valt nog niet mee voor een linkspoot, voor je het wist trok je grote inktvlekken waar geen vloeipapier tegenop was gewassen.

Van juf naar meester

Les krijgen van meesters vond ik heel anders. In de 4e klas werd dat mijn 1e ervaring. Veel schiet mij niet meer te binnen van dit schooljaar maar één ding staat me nog scherp voor de geest. Rond Sinterklaas moesten we een surprise maken voor een, anoniem gekozen, klasgenoot. Ik opperde thuis het plan om een taart van gips te maken. Dat leek een pracht idee, mijn moeder had nog wel ergens een brede schaal. Het presentje werd in de kom gedaan, het mengsel werd er overheen gegoten en binnen een mum van tijd was het gips hard. Mijn moeder was achteraf behoorlijk chagrijnig omdat ze deze schaal waarschijnlijk niet meer kon gebruiken, maar ík had mijn “taart”. Op school wist mijn klasgenootje geen raad met dit onmogelijke cadeau. Ik zie de meester nog met zijn schoen staan hakken op het niet meegevende gipsen brouwsel. Ook zie ik hem uiteindelijk de schaal boven zijn hoofd tillen en hem keihard op de grond kapot smijten. Het definitieve einde van moeders schaal.

In klas 5 kregen we wederom een meester. Velen vonden dit een verschrikkelijke man maar ik was het lievelingetje van hem. Na schooltijd mocht ik van hem vaak het bord schoonmaken en als er iemand jarig was geweest en er een gebakje over was mocht ik dit soms opeten. Nee, geen zorgen, hij bleef overal vanaf.

Maar toen kwam in klas 6 “de hel van S.” Met losse handjes terroriseerde hij de les. Ongelukkige bijkomstigheid was dat mijn tandarts het destijds noodzakelijk vond dat ik aan de beugel ging. Naar mijn gevoel was ik de enige die met zo’n dik plakkaat in z’n mond liep. Je kreeg er bovendien nog een rare stem van ook. “Oh, als ik maar geen beurt krijg bij het voorlezen!” dacht ik altijd. Maar dat was onvermijdelijk. Meester S. gilde meer dan eens “Martin, praat nou eens normaal, altijd met die hete aardappel in de mond”. Wat had ik een hekel aan die vent. Dat ik er wel eens mee ben gepest vond ik over het algemeen niet zo erg, mijn neef had het bijvoorbeeld altijd over de “Bovenleiding” van Martin, maar de Christelijke pedagogiek die “S” hier hanteerde was niet netjes. U begrijpt dat ik me hierbij zeer zacht uitdruk.

Strenge meester S. leed ook aan toevallen. Ik weet nog dat wij eens zeer geïnteresseerd luisterden naar zijn verhaal. Als donderslag bij heldere hemel kukelde hij ineens van zijn stoel, een flauwte. Toen hij bijkwam vervolgde hij, zittend op de grond, brabbelend zijn verhaal. We waren allemaal erg geschrokken maar ik moet toen gedacht hebben: “als jij nou eens een jaartje thuis bleef zou ons dat niet slecht uitkomen”.

De kinderboerderij

Zoals waarschijnlijk op vele scholen in Rotterdam gingen wij óók met de huifkar naar kinderboerderij “de kraal” gelegen in het Kralingsebos. Dit was een leuk uitstapje. Ik weet nog dat er constant een fotograaf rondliep. Ik probeerde hem steeds te ontlopen want voor je het weet sta je met een schattig konijntje te poseren of ben je een lief geitje aan het aaien. Toch kiekte hij me onverwacht op de rug van een woest paard die zijn rondjes deed net zolang tot je er vanaf viel.


Zo hebben we allemaal onze eigen herinneringen aan die prille schooltijd. Veel hiervan is nu niet meer denkbaar maar we leefden toen in een hele andere tijdgeest. Uit enig respect heb ik geen achternamen gebruikt. Behalve van die lieve juffrouw Schendeling op de kleuterschool. Die begreep het vak en verdiende van mij een 10 met een griffel.

 

Martin Stikkelorum

Martin.stikkelorum@gmail.com

 

 

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten